Pagina's

zondag 6 oktober 2019

Een leven op orde of (nog) niet.


We gaan zitten. Hij kijkt me met grote ogen aan. Zonder woorden vragend of ik wel betrouwbaar ben. Zijn uiterlijk verraad een leven van overmatig drugsgebruik. Schijnbaar krijg ik het vertrouwen want hij begint te praten. “Mensen ontwijken me wegens mijn uiterlijk. Zijn bang voor me terwijl ik ze geen vlieg kwaad doe” De afwijzing, de pijn dat het met zich mee brengt is soms zo afschuwelijk. Hij heeft er mee leren om gaan maar wennen doet het nooit.

Toen hij een radicale bekering meegemaakt heeft , ging hij naar de kerk. Zijn leven nog niet op orde maar wel vurig in zijn geloof. Hij verteld wat het hem oplevert en wat hij eraan heeft. Een gebroken man. Stapje voor stapje krijgt hij zijn leven op orde. Stapje voor stapje. Het gebruik gaat door. Niet alles kan in een keer. God doet wonderen maar de praktijk vertelt ook vaak dat het processen kunnen zijn van jaren voordat iemand zijn leven op orde heeft. Als wij deze mensen nu in onze kerk krijgen……Hoe gaan we met ze om? Durven we niet me ze te praten maar wel met die man met een goeie nette kop?

Dit verhaal en anderen blijven me bezig houden. Mensen komen tot geloof en dan? Moet hun leven eerst op orde zijn voordat we aandacht aan ze schenken? Moet iemand zijn uiterlijk ineens netjes en vroom zijn voordat we een praatje aanknopen? Ik bid ervoor vraag God om wijsheid. Het antwoord komt onverwachts en is simpeler dan verwacht…..
Lukas 15:1-10

De gelijkenis van het verloren schaap. Ik zie het helemaal voor me…..God laat die 99 gezellig bij elkaar zitten in de kerk. Geeft zijn Heilige geest. Ze hebben een prachtige dienst en redden zich wel.
Ondertussen gaat Hij op zoek naar die ene. Die ene afgedwaalde. Wat een liefde! Als Hij hem heeft gevonden staat er dit:

“En als hij het gevonden heeft, legt  hij het volblijdschap op zijn schouders. En als hij thuis komt roept hij zijn buren en vrienden bijeen en zegt tegen hen: Wees blij met mij, want ik heb mijn schaap gevonden, dat verloren was. Ik zeg u dat er evenzo blijdschap zal zijn in de hemel over een zondaar dat zich bekeert, meer dan negenennegentig rechtvaardigen, die de bekering niet nodig hebben.

Wat me in dit stuk opvalt is hetgeen dat God niet zegt, dat hij zijn leven gelijk op orde moet hebben. Dat hij mee moet in de massa van het kerkvolk met nette kleren aan of een goed geschoren kop. Hij zegt ook niet: Maar nu moet je gelijk je gedrag veranderen en netjes zijn want dan willen we wel met je praten. Nee…..God is verheugd! De hemel is verheugd. Dat is alles….. Als Christus in ons woont…..zijn wij ook verheugd…. Toch?


maandag 24 juni 2019

Protocollen of waardig sterven....


79 jaar was ze. Ik kende haar als de meest vrolijke van allemaal. Ze woonde al sinds de jaren 60 in een instelling voor mensen met psychiatrische problemen. 5 kinderen had ze. Allemaal van verschillende mannen. Allemaal heeft ze hen moeten af staan. Niet bij machte om hen te kunnen opvoeden maar ook niet bij machte om aan anticonceptie te kunnen doen. Niet bij machte om mannen van haar af te kunnen slaan wegens haar verstandelijke beperking. Nadat alle kinderen waren weg genomen, kwam ze in een inmiddels gesloten psychiatrische instelling in mijn regio. Ze bloeide op. Er werd voor haar gezorgd. Er was hulp, voeding, een luisterend oor. Ik leerde haar kennen op een andere plek. Haar oude wooninstelling was inmiddels gesloten. Ook hier woonde ze beschermd en met 5 anderen op een afdeling. Ze had ontzettend veel plezier in het leven en zong de hele dag loeihard: 

'Jezus zegt dat Hij hier van ons verwacht,
Dat wij zijn als kaarsjes brandend in de nacht.
En Hij wenst dat ieder tot zijn ere schijn’
Jij in jouw klein hoekjeeeeeeeeeeeee en ik in’t mijnnnnnnnnnnnnnn!!'

Ze sloot dan steevast af met een schaterlach. Nooit zag ik bij iemand zoveel schik in haar ogen. Het licht spatte er van af. Tot grote ergernis van haar huisgenoten… De zoveelste zucht volgde. Om over het mopperen maar te zwijgen. Ze trok zich er niks van aan. Haar kaarsje bleef branden. Een vurige getuige van Jezus. Te pas en te onpas. De hele dag door. Van gebeden tot het zingen van liederen.
Zomaar op een dag trof ik haar aan in haar slaapkamer. Ze lag in bed. Ze was ten val gekomen en had haar heup gebroken. De weken die volgden werden weken die aan bed gekluisterd werden. We draaiden haar om de paar uur om in bed, verzorgden haar intensief, wasten haar, hielpen met eten en drinken. Ik  vertelde verhaaltjes, zong liedjes. Het leek niet veel meer te helpen. Het eens zo vurige licht begon langzaam te doven. Ze kon immers ook niet meer in de huiskamer zitten met andere bewoners. Kon geen lol meer trappen en liedjes zingen. Haar lichtje doofde langzaam. Ze kreeg longontsteking en andere complicaties.

Deze dienst was zo anders. Ik had het op mijn hart om bij haar te blijven. Zat naast haar. Met haar laatste krachten, zocht ze mijn hand. Uren hebben we zo gezeten. Telkens als ze even wakker werd, keek ze me aan. Praten deed ze al niet meer maar knikte dankbaar voor de aandacht. Het moment was daar gekomen, al biddend kreeg ik de indruk dat ze kwam te overlijden. Ik zong voor haar zachtjes het lied van Jezus zegt dat Hij hier van ons verwacht. En maakte van de laatste zin: “Jij in jouw klein bedjeeeeeeeeee en ik int mijn” Tranen rolden over beide wangen. Ik vroeg of ze klaar was om Jezus te ontmoeten. Dat was ze. Het meest vredevolle moment brak aan. Beide wisten we dat ze niet lang meer te leven had. De weg was bereid…………. Om vervolgens bruut gestoord te worden door een werelds zorgstelsel dat met protocollen werkt.

Een collega van een andere afdeling vond het nodig dat de ambulance alsnog gebeld werd. Boven het menswaardig sterven dat zich op dat moment op natuurlijke wijze aandiende. Ik kon praten als Brugman maar het besluit stond vast. Totaal onverwachts gebeurde het dan ook. Vanuit een vredige en liefdevolle stervensbegeleiding getrokken door de wil van een collega met een hogere functie. De ambulancebroeders denderden bruut de slaapkamer binnen en sloten haar aan op alle toeters en bellen. Ze werd  in sneltreinvaart van haar bed op het brancard geschoven. 2 grote angstige ogen keken me aan. Haar hand zocht de mijne. Maar we raakten elkaar niet meer. De ambulancebroeders namen haar snel mee. Ze was weg. Weg van de afdeling. Alleen zonder begeleiding naar het ziekenhuis om 23.00 uur. Die nacht stierf ze……moederziel alleen in een koud ziekenhuisbed…… Het kaarsje werd nog kortstondig kunstmatig in leven gelaten. Waarna het alsnog na een paar uur gedoofd werd. Gelukkig brandt haar licht nu voor eeuwig en is ze in de meest liefdevolle armen die ze zich maar kan voorstellen.

dinsdag 4 juni 2019

Wie zegent wie?


Ze is 53 jaar en het zonnetje van de afdeling. Ze is van Molukse afkomst. Ze kan helaas niet praten maar we hebben hele gesprekken. In haar hand heeft ze een knuffelvarken dat Zwien genoemd wordt. Met geluiden en gebaren komen we een heel eind. Dat wil zeggen….. Nooit heb ik een probleem met communicatie ervaren. Haar niveau is dan misschien wel laag maar de varken in haar hand zegt ja en nee. Bij ongenoegen gooit ze er zelf een veelvoud aan klanken uit. Als je haar langer kent, weet je simpelweg wat ze bedoelt. Ook al heeft ze het niveau van een kind van amper 3 a 4 jaar. 

Tijdens een verzorgingsmoment, kijk ik vreemd tegen haar aan. Ik zie dat haar lijf in onbalans is. Dat wil zeggen, haar ene borst is groter dan haar andere. Bij inspectie tijdens het douchen, blijkt ze een gezwel te hebben in haar borst ter grootte van een kippenei. Ik kaart het aan en maak melding dat de dokter moet komen te kijken. Dit blijkt niet zo eenvoudig als ik dacht want van een andere locatie moet de dokter komen die gespecialiseerd is in mensen met een verstandelijke beperking….. En die dokter komt alleen voor urgente gevallen. Het maakt me boos. Deze vrouw heeft hulp nodig. Ik schakel de huisarts van het dorp in. Buiten de protocollen van de zorginstelling om. De nood lijkt mij persoonlijk hoog genoeg. Dat ik me later moet verantwoorden is van latere zorg.
Als de arts komt, blijkt mijn inleving in het probleem gegrond genoeg om met spoed doorverwezen te worden naar het ziekenhuis. Helaas dient nu zich het volgende probleem aan. Het team beslist dat deze vrouw onder zware medicatie naar het ziekenhuis moet omdat ze anders agressief kan reageren. De angst voor dokters en ziekenhuizen is te groot. Ooit is dit vastgelegd in haar zorgplan. Niemand wil of kan mee voor onderzoek. Op dat moment word ik zowel verdrietig als boos. “Ik ga mee, maar dan wel op mijn voorwaarden” Het team kijkt me aan en boos krijg ik antwoord. “Wat zijn dan wel jou voorwaarden?” “Ik doe het op mijn manier en zonder medicatie” Ik leg uit dat ik inzie dat het bij haar draait om liefde en vertrouwen. Zulke zware medicatie waarbij ze nergens meer toe tot staat is en zich mentaal in een andere wereld begeeft, is voor mij als begeleider onverantwoord. Ervaringen uit het verleden maken me niks uit. Ik ken haar in het hier en nu en durf het aan. Na enig overleg en diverse strubbelingen, krijg ik toestemming om te gaan.

Bij de oncoloog, is na een aantal dagen al snel duidelijk dat ze een gezwel in haar borst heeft. Het is kanker en het moet eruit. De oncoloog heeft echter een wachtlijst en plaatst haar onder op de lijst. Als ik vraag waarom dit het geval is zegt hij: “Wat voor kwaliteit van leven heeft zij ten opzichte van een moeder met kinderen?” Voor dat ik het in de gaten heb, komen de woorden uit mijn mond. “Deze vrouw is een zegen voor veel mensen die in een instelling wonen met een verstandelijke beperking. Deze vrouw is ons zonnetje in huis. Ze heeft een zeer positieve invloed op zowel haar mede bewoners als op het personeel” “Vertel mij nooit dan ook nooit dat zij geen kwaliteit van leven heeft want dan hebt u het vreselijk mis”. De arts schrikt en verontschuldigd zich. Hij bekijkt nogmaals de lijst en beloofd dat gezien de ernst van de aandoening, een tijdstip gevonden gaat worden dat aanvaardbaar is.

We zijn in het ziekenhuis. Zij en ik. Dit is het moment dat haar operatiehesje aan moet en dat ze anders in paniek schiet of ernstig agressief wordt. Met gebaren maakt ze duidelijk dat ze dit niet wil. Haar geluid is jammerend en gaat me door merg en been. Dan ga ik rustig zitten, pak haar hand. En kijk haar alleen maar aan. In mijn hart bid ik:” Ooh Vader, neem haar bij U. U weet wat ze nodig heeft” Ik bid en zegen haar met vrede en liefde.  Gaandeweg dit moment daalt er een onzichtbare Shalom neer. De kamer wordt gevuld met liefde. Ik pak door en help haar uit haar kleding. Zing zachtjes “Jezus is de goede Herder” voor haar. Het lied dat ze nog kent van vroeger. Ze laat het toe. Weliswaar met diepe angst in haar ogen…… Samen gaan we erdoorheen. Mijn hart huilt. “Wat is er vroeger met jou gebeurt dat je zo bang bent?” “Hoeveel Dormicum hebben ze je gegeven zodat je zoveel wanen kreeg dat je niet meer in onze wereld was?” Mijn hart huilt. Mijn hart is vol bewogenheid voor deze lieve vrouw. Ons zonnetje in huis. Het lukt me via allerlei omwegen om haar in bed te krijgen. Het volgende moment dient zich aan. Ze moet een infuus. Ook nu bid ik in stilte. De zusters krijgen het voor elkaar om een infuus te plaatsen. Een wonder is geschied. Samen rijden we naar de operatie kamer. Ik heb nog steeds haar hand vast en stel haar gerust. Als de dokters om haar heen zijn, komt weer de onrust. Ik praat met haar. Bid in mezelf en zegen haar. Het kapje komt op haar mond en ze komt in paniek. Op dat moment dient de anesthesist de vloeistof toe dat haar in slaap brengt. Ze zakt als een lappenpop in elkaar en slaapt. Op dat moment barst ik in tranen uit. Diep meelevend en meevoelend met haar angst. “Wat is er vroeger met jou gebeurt dat je zo bang bent?” schiet er door mijn hoofd. “Wie heeft ooit bedacht, dat je behandeld moest worden als een monster?”

Als ze op de uitslaapkamer is, mag ik bij haar. Ik hou haar hand vast. Als ze bij komt, kijkt ze me aan. Ik zie de herkenning. Ze knikt. Onze ogen raken elkaar.  Het is goed. Ik leg mijn hoofd op haar bovenarm. Moe van alle strijd en onrust. Blij dat de operatie geweest is. Spontaan legt ze haar andere hand als een moeder op mijn wang. De rollen zijn omgedraaid als client en begeleider. We begrijpen elkaar. Wederom is daar die diepe Shalom. Zij is het waard om voor te vechten. Zij echter……geeft nu haar liefde aan mij terug. Er rolt een traan over mijn wang.


woensdag 24 april 2019

Tegenslag of tegenbericht?

'Hoeveel kilometer heb je daar op gelopen?' Hij knijpt in het voetbed van mijn steunzool en begint te lachen. 'Die is overmatig veel gebruikt' gaat hij lachend verder. Ik schiet zelf spontaan in de lach en zeg: 'euuuh ik loop momenteel meer dan 100 kilometer per maand' 'Hoe krijg je dat nou voor elkaar dan? ' Vraagt hij belangstellend. Hij kent mijn verhaal.

Omringd door halve benen, orthopedisch schoeisel, schoenlepels en nep voeten, doe ik mijn verhaal aan de orthopedisch instrumentenmaker in het UMCG. Deze man heeft mij in het verleden al zo goed geholpen. Hij heeft voor elk mankement een oplossing.  Zo helpt hij mijn vergroeide tenen te ontlasten, platvoeten op te vullen en nu beloofd hij ook nog een uitsparing te maken voor hielspoor en weet  ook nog de spanning van mijn kuitspieren af te halen door een lichte hielverhoging. Deze man is werkelijk een kunstenaar. Een  kunstenaar die zijn vak goed verstaat. Hij haalt er simpelweg het maximale uit.

Ik denk aan de afgelopen periode. De training voor de Nijmeegse vierdaagse gaat door. We zijn al zo lang bezig. Gebalanceerd volg ik keurig het schema dat mij gegeven is. 2x in de week anderhalf uur lopen en 1 keer in de week een grote tocht. Inmiddels 30 km. Het ging goed, was uitermate tevreden. Mijn bekken was de grootste zorg of die het aan zouden kunnen en dat gaat beter en beter. Tot heel geniepig onder mijn voet gemene steken kwamen. Dit breidde zich verder uit tot on de hak. Gevolg: Peesplaatonsteking en later hielspoor. Een nare tegenvaller zo in de voorbereiding op de loop met een missie. Zo onverwacht op een onverwachte plaats zo'n gemene blessure.

Wat ga ik doen? Wat moet ik doen? Lopen? Rusten? Oefeningen? Allereerst geef ik alles terug aan God. Ik heb namelijk de indruk dat deze vierdaagse tot zijn plan behoort. Altijd kwam weer die stem naar boven, jaar in jaar uit: 'Loop je genezing' Mijn dagelijkse rondje van op het einde voor mijn operatie van slechts 300 meter, daar was hij altijd bij. Nooit was ik alleen. Die diepte van ellende, van hevige pijn en alleen zijn, was niet alleen.  Van onrecht door de medische wereld, leugens over materialen van polypropyleen dat door mijn lijf woekert. God is er ALTIJD bij geweest. In de diepte van de pijn en de wanhoop of ik ooit weer kon werken, normaal kon lopen of uberhaupt fatsoenlijk naar de wc zou kunnen gaan. Wat ga ik nu doen met deze vierdaagse? 'Loop je genezing'

Is dit een onverantwoorde actie om iets neer te zetten? Wat wil ik hiermee bereiken? Er gaan verschillende gedachten door mijn hoofd. Ik bid en geef het uit handen. Er is zoveel innerlijke rust. Ik doe wat ik zelf kan en geef de rest uit handen. Afspraken met de fysio, de orthopeed, nieuwe steunzolen, het hele pakket. Doe inmiddels een week of 8 oefenen. Rol met een balletje onder mij voet, sta op de trap mijn spieren te rekken. Wordt compleet gekraakt door de manueel therapeut. Kortom het hele pakket gelijk maar aangepakt. Het maximale eruit halen. Ondertussen kan ik wel door blijven lopen. Met pijn maar het kan en het MAG!

Stiekem in mijn achterhoofd, ergens diep weg gestopt in mijn ziel, is iets gaande wat ikzelf niet in de gaten heb. Voel me stabiel en goed vanbinnen......Denk ik....Ik ben op een studiedag met Leif Hetland. Een pure, liefdevolle man uit Noorwegen. Hij woont nu in Amerika. Nooit ontmoette ik iemand die zoveel liefde van God in zich heeft en zoveel autoriteit van God. Hij gaat naar gesloten landen en onder de moslim bevolking zijn er al miljoenen mensen tot geloof gekomen. Hij stapt uit en heeft te maken met zoveel tegenslag. Tegelijkertijd heeft deze man lichamelijk alles meegemaakt wat je niet mee wilt maken aan ziektes, operaties en mankementen. Voor mij een groot voorbeeld, hoe ziekte en christendom hand in hand kan gaan, zolang de volledige genezing nog niet volkomen is. Uitstappen in de volheid van het licht. Leif zei: 'Darkness is not our problem.....It is the  lack of light' Oftewel: de duisternis is niet ons probleem maar het gebrek aan licht. (Jezus is immers Overwinnaar over alles)
Waarom ben ik in angst? Wat volg ik met angst? Volmaakte liefde drijft alle angst uit staat in de bijbel in 1 Johannes 4:18

Ik ben diep in aanbidding, zo dicht bij God. Alles om me heen vergeet ik. De diepste en de beste plek om te zijn. Ineens merk ik dat Leif Hetland van het podium naar beneden is gelopen en me bij de hand pakt. Hij haakt zijn vinger in de mijne en begint te profeteren: WALK YOUR HEALING! Onmiddelijk word ik diep geraakt door de Geest. Diep in mij wordt de angst van een falend lichaam weggenomen en wordt volgestort met liefde. Leif Hetland geeft me vervolgens de tekst Jesaja 40:31



But those who wait upun the Lord shall renew their strenght; the shall mount up  with wings of eagles; They shall run, and not be weary ; and they shall WALK and not faint.

Het vertrouwen om te blijven lopen is hersteld. De angst voor een falend lichaam is verdwenen. Elke dag blijf ik de oefeningen doen en morgen krijg ik mijn nieuwe steunzolen. Zal blijven lopen. In nuchterheid, in vertrouwen. Vertrouwend op Abba, die altijd op het juiste moment dat geeft wat je nodig hebt.


vrijdag 11 januari 2019

Over armoede gesproken.....


Ze komen samen binnen. Een man en een vrouw. Een ouder echtpaar. Ze zien er beide excentriek uit. Al sinds ik hem ken moet ik aan een schipper denken als ik hem zie. Een baard, zeemanstrui. Een hardwerkende schipper, daar lijkt hij op. Alsof hij zo uit het vooronder is vandaan gekomen. De olie vlekken nog in de broek en pikzwarte handen. Hij is echter geen schipper. Zo ziet hij er altijd uit. Ongeacht wanneer ik hem tegen kom.

We kijken elkaar aan en schieten beide in de lach als de herkenning daar is.  “Dat we mekoar hier nou teeg’n komm’n in Sodom. Wel had dat docht?” In onvervalst plat Gronings begroet hij mij. (Sodom is een sarcastische bijnaam dat al jaren gebruikt wordt voor Winschoten) Al gauw merk ik dat het hun eerste keer is dat ze in de winkel komen. Ze waren nog niet eerder geweest en wonen hier ook niet. Dit is mijn tweede week op mijn nieuwe werkplek. Het is een inloop, winkel en dagbesteding ineen. Een sociaal plan dat verder gaat dan alleen een dagbestedingsplek voor mensen met een verslaving, psychosociale problemen of licht verstandelijke handicap. We zijn tevens een inloophuis voor iedereen die het nodig heeft. Van kop koffie tot goed gesprek over het geloof.

Ik bied ze een kop koffie aan en ze gaan zitten. Dan vertelt hij mij hoe zijn afgelopen jaar geweest is. Zijn taalgebruik is simpel. Zijn woordkeuze in onvervalst plat Gronings. “Wat heb ik van die genoot’n”
Eerst begreep ik het niet waar hij op doelt. Dan schiet me te binnen dat hij bij de seminars was die we gaven voor de mensen uit de Veenkolonien met het thema afwijzing. Hij bedoelt de aanbidding die ik samen met nog 4 mensen leidde. Hij zat steeds met zijn duimpje omhoog op de stoel. Hier over gesproken gaat het gesprek al snel over het geloof. Over de Heilige Geest welteverstaan. Ik ken deze man als iemand die altijd vol van de Geest is. Je kunt het aan zijn ogen zien. Zijn uiterlijk echter, maakt dat hij veelal niet goed begrepen wordt. Er wordt heel schrijnend minderwaardig met hem omgegaan.

Hij vertelt me dat hij een bijbel studie doet. Hij gaat elke dinsdag 2,5 uur heen en 2,5 uur terug den lande in naar een grote bekende organisatie. “Hoe is dat?” vraag ik hem oprecht. “moeilijk” antwoord hij heel eerlijk. “Ze begriept mie nait, en zie begriept het leev’n nait” Ik voel een steek van pijn in mijn hart. Als iemand scherp is, dan is hij het wel. Het punt is, dat hij niet kan lezen. Hij is analfabeet. Mensen behandelen hem, naast zijn uiterlijk, hier op. Ze weten het volgens hem allemaal zogenaamd beter omdat zij de bijbel wel kunnen lezen. Wat niemand echter weet, is dat deze man een fotografisch geheugen heeft. Als hij een goede preek hoort, dan slaat hij dat op. Zijn scherpte zit in de volheid van de Geest. Een naadloos onderscheidingsvermogen heeft hij. Weet in een seconde of iets zuiver is of niet. Of iets geestelijk klopt, of niet.

“Weet je” zeg ik hem. “Weet je dat jij echt super slim bent” Hij kijkt me vragend aan. “Weet je, dat jij misschien nog wel slimmer bent dan menigeen die de bijbel WEL kan lezen?”

Ik leg hem uit wat het onderscheidingsvermogen hem oplevert. De volheid van de Geest, dat hem zo levend maakt. Om terug te keren naar zijn persoonlijke situatie. “Weet je eigenlijk wat pas echte armoede is?” vraag ik hem. Weer vragend kijkt hij me aan. “Geestelijke armoede” “Jij bent nog rijker dan onze eigen  koning Willem Alexander” Glinsterende vurige ogen kijken me lachend aan.
“Wij bint moar rieke mens’n “ is zijn antwoord. En zo is het.


woensdag 29 augustus 2018

Kinderfeestweek

En ja hoor......Daar is hij weer. Al zeker voor de 5e ronde komt hij naar mijn stoel rennen. Een lachend gezicht, een olijke blik. "Jeetje, roep ik naar hem." "Ben je daar nu al weer?" Zijn duimen gaan omhoog en zijn tanden komen bloot. Een blonde jongen. Naar schatting een jaar of 10.
Ik observeer hem. Behendig zie ik hem de tikkers ontwijken met verf in hun handen die iedereen proberen te raken.  Kinderen van mijn groep die een briefje proberen over te brengen zonder getikt te worden. Hij doet het anders. Verftikkertje .
Een gouden spel. Ik ben deze middag voor de verandering eens groepsleiding van de Kinderfeestweek. Na zoveel jaren en met de zekerheid dat ik nu toch ècht gestopt was, gaf ik gisteren toch weer gehoor aan een oproep. Groepsleiding te kort. Gewoon een middagje na mijn werk.
Gewoon omdat ik het leuk vind. Wat liggen hier een herinneringen op het veld. Wat een zaadjes zijn gepoot van het evangelie door allen jaren heen.

Hij heeft iets. Het intrigeert me. Niet dat hij zo heel snel is maar wel heel tactisch. Slimmer dan de andere kinderen. Elke keer komt hij zonder getikt te zijn over. Wat een briefjes! "Wat doe jij het onwijs goed" roep ik hem na. Hij lacht. "Wat doe je voor sport?" Vraag ik de volgende ronde. "Turnen!!!!" roept hij olijk terug. Ik zie hem bedenkelijk kijken maar antwoord er niet op. Hij schrikt van zijn eigen eerlijkheid.

 "Haaaaaa, daar hebben we Epke weer!!" begroet ik hem bij het volgende papiertje. Hij kijkt me heel diep aan. Ik ervaar dat ik zijn taal spreek. Epke is zijn held. Ik voel instinctief dat het een onzichtbaar lijntje is. Dieper contact dan zomaar. Hij blijft me dan ook  boeien. Zijn vrolijke koppie, zijn tactisch inzicht. Hij brengt de meeste briefjes. Elke ronde hebben we 1 of 2 zinnen contact. "Wat heb je gave schoenen!!" Hij kijkt naar beneden. "Jaaa nieuw. Bergschoenen" roept hij "voor de vakantie gekregen?" Vraag ik "Jaaaaaaa!!!" roept hij rennend terug. Epke en ik blijven lachen, praten en hebben contact. Hij rent. Ik zit. Neem zijn briefjes in ontvangst en turf de score. Elke keer een of 2 zinnen contact.

 "Wil je een glaasje water?" Een ander meisje hangt tegen me aan. "Ben zo moe van het rennen. Ik blijf bij jou" Een meisje die ik Mega Mandy noem bij elk briefje dat ze brengt. Lachende witte tanden, bij elke zin van contact. Het spel geeft vreugde
Die ene. Dat ene kind. Ik zit op een stoel. Lach ze tegemoet en moedig aan. Die ene zin, die ene glimlach. Heb onwijs veel lol. Daag ze ook uit.... "Wat heb je gaaf groen haar, dat wil ik ook wel" "Heb je nog wat verf over?" Elke ronde meer contact. Ander contact.

De toeter klinkt. Het eindsignaal. Epke komt eraan. Kleurt mijn neus geel op een liefdevolle  wijze. Mega Mandy strijkt zacht met een volle hand groene verf door mijn haar. Daarna krijg ik oorlogsstrepen onder mijn ogen en rode verf door mijn blonde kuif. Een voorzichtige groene stip op mijn wang. Een groepje van 5 kinderen staat om me heen en verft mijn gezicht. Het ontroerd me. Kinderen op een pure en liefdevolle wijze.

"Ik zie jou" was achteraf het thema van de Kinderfeestweek 2018. Ik weet niet wie het meeste gezegend is vanmiddag. Een ding is zeker: We zagen elkaar.

vrijdag 20 juli 2018

Terug naar de plek.....


We lopen door en kijken elkaar aan,
We moeten terug.
Wijken af van de route die we bedacht hebben.
Inmiddels zijn er een kilometer of 8 verstreken.

We pakken hetzelfde pad terug,
Staan mijmerend in het water te kijken.
Het veenzwarte heldere water  vertelt ons de uitkomst.
Alleen stromend water leeft.

Vergeet- me- nietjes bloeien op een plek waar het niet kan.
De blauwe bloemetjes vertellen hun naam ten diepste.
We kijken en  voelen het in onze Geest:
Vergeet mij niet…..

Vergane glorie, hoogverheven namen.
Op grafzerken en bordjes. Zouden doen vermoeden dat zij de helden zijn,
De helden van de Veenkoloniën.

We lopen verder en eten bij het oude gemeentehuis
Verfbladders vertellen de staat van nu,
De architectuur, de tijd van vroeger.
Voor status bedoeld, achteruit gedrongen tot de vergetelheid.

Is daar die stem die zacht doet spreken:
“Kom…..kom terug naar mijn gebied”
“Neem je positie in en spreek”
Het leven heeft het laatste woord.



woensdag 25 april 2018

Voor alles is een tijd....


87 jaar is ze en ze loopt naar me toe. “Kind, wat heb ik weer van je genoten! Wat ontzettend fijn om jou te zien!”. Zo onverwachts en dankbaar, dat ik haar weer ontmoet, schiet ik vol. “Ik zag u zitten, wat fantastisch dat u nog steeds in de dienst komt!” Het is inmiddels al 5 jaar geleden dat ik haar voor het laatst zag. Stiekem had ik niet verwacht haar ooit terug te zien wegens haar leeftijd.
Een oma, een oudere vrouw die altijd heel betrokken was bij ons gezin. We zaten altijd in haar buurt in onze voormalige Baptistengemeente. Een onzichtbare band, die weg was wegens ons vertrek maar er weer was, omdat we met ons gospelkoor moesten zingen in deze gemeente. We kwamen nooit bij elkaar thuis maar ontmoetten elkaar wel elke zondagochtend tijdens de dienst.


“Wat fijn, dat u naar mij toe komt” zeg ik enigszins verbouwereerd en emotioneel. “Ik zag u al zitten, toen we aan het zingen waren, wat een verrassing” Om eerlijk te zijn, ben ik gewend dat wij als jongeren naar de ouderen toe moeten om hen te groeten. Veelal wordt dat ook van ons verwacht. Nee, nu is het andersom. Een oma in Christus die naar de jeugd toe komt en haar dankbaarheid uitspreekt. Het ontroerd me en doet zeker iets met mijn eigenwaarde. Ik ben gezien.

Voor alles is een tijd, zegt Prediker. Zo ook voor ons als gezin. We gingen weg uit de Baptisten gemeente. Het was goed. Voor die tijd een juiste beslissing. In goede orde vertrokken, 2 jaar kerkloos geweest. Veel geleerd, veel los gelaten, uit het kerksysteem gekropen en op eigen benen leren lopen.
Om ons vervolgens alsnog weer aan te sluiten bij een andere plaatselijke kerk om weer in verbinding te zijn met andere christenen in onze omgeving. Niet om het type kerk, niet om het type dienst, niet om welke andere reden dan ook. Simpelweg om de reden dat we de indruk hadden dat God van ons vroeg: ”Wil je weer in verbinding zijn met mijn kinderen?” “Wil je uitdelen van de vrijheid in Christus dat ik je gegeven heb? En zo werden we lid van een Gereformeerde kerk.

Denkend aan deze lieve vrouw, brengt me bij de noodzaak van het kennen van alle generaties. Wat heb ik het nodig om met oudere mensen op te trekken. Wat heb ik het nodig om van hen te leren. Wat hebben zij een fundament gelegd in ons dorp. Ze hebben hun geloof behouden tot het einde. Hoe deden zij dat? De noodzaak van generaties is de kerk. Van baby tot bejaard. Ik zie het nog voor me, hoe deze vrouw met onze jongste dochter aan de praat was, toen ze amper 3 jaar oud was. De zegen  dat ze voor elkaar waren. Niet gemaakt of gekunsteld, gewoon zoals het was. Liefdevol.

Eenmaal thuis bepraatten we als gezin, hoe het geweest is. Deze zondagmorgen. Deze come back na een aantal jaren. Wie misten we, met wie hadden we een gesprek. We kwamen tot een conclusie. De diepe momenten die we gehad hebben, de juiste en goede vriendschappen. De parels, de wonderlijke momenten. Ook het enorme gemis…… Die middag stapten Edwin en ik in de auto. We kwamen spontaan bij een stel terecht, waar we veel, heel veel mee beleefd hebben. Vooral ook heel veel lol. Ook zij zijn geen lid meer van de gemeente. Een beetje spannend was het wel. Zouden ze er zijn? Konden ze het waarderen dat we kwamen? We hadden een middag om nooit te vergeten. Herinneringen ophalend en schaterend van het lachen. God laat niet los. Wij wel. God laat ook niet los, de vriendschappen die door hem zijn ontstaan. En wij? Wij koesteren de herinneringen en zien uit naar de toekomst. Herenigd met onze dierbaren. Met binnenkort een BBQ in het verschiet.



vrijdag 9 februari 2018

Afhankelijkheid

Afhankelijkheid.
Wat is het ? Wanneer ben je afhankelijk? Is afhankelijkheid goed? Omdat je het een tijdje niet alleen redt? Of moet je onafhankelijk zijn omdat we allemaal als individu geboren worden?
In het begin ben je als vanzelf in de afhankelijkheid van een moeder en een vader, een opvoeder of verzorger. Als baby kun je immers niet voor jezelf zorgen en ben je simpelweg  afhankelijk van je omgeving. Wanneer je eten en drinken krijgt, liefde en geborgenheid. Verrekte lastig ook als je die goede basis niet gehad hebt. Van wie zou je dan nog afhankelijk willen zijn omdat het toch niet veilig is? Kun je dat überhaupt? Of is er zoveel schade van binnen dat het vooralsnog onmogelijk lijkt?
"Wie het Koninkrijk van God niet als een kind ontvangt, zal er zekerr niet binnen gaan", spreekt God in Marcus 10: 13-16 Hij vraagt dus in principe van ons om afhankelijk te zijn van Hem. Als dat kind met een goede Vader die voor ons zorgt. Hij is stellig: Als je niet afhankelijk wordt als dat kind dan zul je Zijn Koninkrijk niet binnengaan. Daarmee ben je nog steeds zijn kind maar het Koninkrijk in zijn volheid zul je ontvangen als je buigt en wordt als dat kind. Afhankelijk. Dat is verrekte lastig als je lens gekleurd is door een vader of moeder die hun opvoedkundige taken niet geheel succesvol uitvoerden. Wat maakt een God dan wel betrouwbaar om afhankelijk van te worden? In je eentje weet je immers waar je aan toe bent.

10 jaar lang heb ik de liefde geobserveerd. 10 jaar lang heb ik met een open mond gekeken naar een wereld waarin ik niet was opgegroeid. Een wereld waarin men pretendeerde de ware liefde te kennen. Om zelf ingeprent te krijgen dat mensen die in de wereld leven, nog nooit echte liefde gekend hebben. Bij voorbaat voelde ik me al een slecht mens.
God is liefde en Jezus de weg, de waarheid en het leven.
Waarom voelde en zag ik het dan niet? Als elke christen die liefde van God zou hebben, dan kon ik dat toch aan een ieder merken? “Dat begrijp jij nog niet, je zult het begrijpen als je wat meer geleerd hebt” Hoe onbetrouwbaar is die God als zijn grondpersoneel ZEGT dat het vol van zijn liefde is maar bij mij zoveel boosheid naar boven haalt? Simpelweg omdat diegene voor mij hardop staat te liegen dat het gedrukt staat. “Ik zie het niet aan je, ik voel het niet bij je” Waarom spreek je er dan van?
Wees dan op zijn minst eerlijk en zeg dat je het ook allemaal niet weet. Traditie boven de waarheid. Aangeleerd gedrag. Daar wilde ik niet bij horen. Een doorsnee socialist was socialer en liefdevoller dan dit….

Die ene, raakte me. Die stond te koken in mijn keuken, toen ik aan lagerwal was geraakt doordat traumatische ervaringen naar de oppervlakte kwamen en ik simpelweg niet meer voor mezelf en de kinderen kon zorgen. Die ene die niets zei over de liefde van God, me niet wilde bekeren tot een geloof van een hokjes waar ik niet in paste. Die ene die uren naast me zat zonder te praten, omdat we de diepte van ellende samen niet begrepen. Die ene die me liet vloeken als ik boos was en me niet bekritiseerde. Ik had er immers alle recht toe, het leven niet leuk te vinden tot zover.
Die ene…..waarbij ik WEL de liefde van God voelde. Deze mensen hadden een persoonlijke relatie met een onzichtbare God. Deze mensen waren doordrenkt met een liefde die ik daarvoor nooit had ervaren. Het hielp me op de been. Het hielp me te voelen, te huilen, te leven. Onvoorwaardelijk aanvaard. Een Vaderliefde zoals God het bedoeld had. Van deze God wilde ik meer leren, meer ervaren en meer zien. Ik kwam in aanraking met onderwijs over dat Vaderhart. Waardevol. Mensen ontfermden zich over mij en het was goed. Het hielp me meer en meer te worden zoals ik bedoeld was. Ik ontving heling en genezing, bevrijding.  Langzaamaan gingen alle laagjes ervan af. Ik leerde God kennen als een liefdevolle Vader.

Doordat ik zo dicht bij hem leefde, hoorde ik zijn stem. Een stem die mij haarscherp vertelde afhankelijk van hem te zijn. Worden als een kind om in Zijn Koninkrijk te zijn. Zijn kind. Ondertussen waren er allemaal mensen om me heen die lief en goed bedoeld me mee namen en vroegen voor allerlei bijeenkomsten. Ik ging er altijd klakkeloos in mee. Als God er was, dan was het goed. En toch ook niet helemaal, steeds meer en meer voelde en ervoer ik dat. Afhankelijkheid van bijeenkomsten, afhankelijkheid van mensen. De sfeer was er altijd zo goed, de liefde waarneembaar. Ik zou er nooit meer weg willen. En toch begon het in mijn binnenste te onrustig te worden.
God sprak: ”Ik wil dat je van Mij afhankelijk bent en niet van mensen” Terug naar een gezonde relatie hoe met andere mensen om te gaan. Niet in afhankelijkheid maar in verbinding. Met eigen grenzen, eigen keuzes, een eigen leven. Opgebouwd in geloof en liefde. Het eigen gezin boven alles en vandaaruit uitdelend naar wat mogelijk is.

Om die ene te bereiken. Die ene die het zo nodig heeft dat er naar haar of hem wordt omgekeken. Die ene die God op het oog heeft, ook als het vloekt, tiert en schreeuwt. Die ene die erkent teveel gezopen te hebben, het zo moeilijk vindt om te stoppen met blowen, is vreemd gegaan. Die ene die zo graag wil dat het beter gaat, die ene die de ware God nodig heeft……die ene die je pas kunt bereiken als je op gelijkwaardig nivo bent, zonder enig oordeel. En dan nog een trapje afdaalt. Een lager trapje om te kunnen dienen, zodat die ander gelift wordt. Niets menselijks is mij vreemd. Geen zonde onbekend.

Het jaar dat ik zo ziek ben geweest heeft eraan bijgedragen los te komen van ALLES. Volledige afhankelijkheid van God. Volledige overgave in Zijn handen. Aan de grote IK BEN. Hij is in het moment van de ellende aanwezig. IK BEN. Daarmee hebben we niet de antwoorden op alle ellende van deze wereld. Daarmee weten we niet de antwoorden op ziekte en dood. Daarmee weet ik maar 1 ding. Geen put zo diep of Hij wil erin komen. De grote IK BEN. Jaweh Raffa: De grote geneesheer, Jehova Nissi: God is mijn banier. Hij heft de banier over mijn leven. De banier van overwinning op de duisternis, de banier van de belofte. De belofte dat Hij voor mij zorgt, in welke omstandigheid ook. En heb ik dan alle antwoorden op het leven? Nee, verre van dat. Ben ik dan ineens perfect? Nee, verre van dat. Ik ben wel eerlijk. Ik kan het niet alleen....... Soms maak ik er een zooitje van.

Onafhankelijk van de goedheid van mensen, afhankelijk van Hem. Met mijn gezin als basis.

Zoekt eerst het Koninkrijk van God en al het andere zal erbij gegeven worden.




dinsdag 31 oktober 2017

Een kwestie van leven of dood

We gaan een dagje naar de stad. Mijn dochters en ik. Het is herfstvakantie en gezien de planning kunnen we het beste op donderdag gaan. We zien ernaar uit. Eenmaal aan komend rijdend, zie ik een vrouw met 2 dochters staan bij de bushalte. Wij parkeren en lopen er naar toe. Ik probeer een kaartje te kopen bij de automaat maar het lukt niet. Hierdoor kom ik met de vrouw aan de praat die er al even stond. Uiteindelijk krijgen we het voor elkaar en stappen de bus in. Normaal rijdt de bus altijd in een keer door naar de Grote Markt, dus ik zit in alle rust te wachten tot we daar zijn. Tot ik de vrouw naar voren zie lopen naar de buschauffeur. Ze vraagt hem iets en ik hoor een paar woorden. Als ze terug loopt, schiet ik haar aan en vraag: ”moeten we er nu eerder uit?” Ze geeft aan dat deze bus een andere route heeft. De dienstregeling is veranderd. Met onze dochters, stappen we samen uit. En zo staan we ineens te wachten bij de halte om de hoek. Pal voor ons is de Jeruzalemkerk. Ik ben er nog nooit geweest maar door de naam, ben ik al jaren getriggerd. Wat is dit voor kerk? Ik waan me even terug in de tijd, maart afgelopen jaar. Ik was zelf in Jeruzalem. Wat een tijd. 

Dan loopt er iemand de deur uit bij de kerk. We horen dat ze zegt: “Er ligt hier iemand” Er komen wat oudere dames uit de kerk en kijken. Ze gaan ook weer naar binnen. Ik grap tegen de meiden:  “Welkom in de stad. Er ligt vast een dronken student” De vrouw met wie ik bij de P+R en in de bus contact had, loopt de straat over. Ik zeg nog tegen de meiden “Even uit BHV oogpunt: Hij ligt veilig en er zijn genoeg mensen. Ik blijf hier” Dan zie ik de vrouw, die later Anita blijkt te heten verschrikt omhoog kijken. Doordat ik haar gezicht zie, kan ik niet anders dan erheen lopen. Meteen vraag ik aan haar en de omstanders: “Kan ik iets voor jullie betekenen? Ik ben BHV-er” Tegelijkertijd pak ik mijn telefoon en wil 112 bellen. Het lukt me niet…. Alle mensen om me heen staan ook genageld aan de grond. Voor ons ligt een keurig nette man op de tegels. Levenloos. Hij ligt er raar bij. Zijn gezicht is helemaal blauw. Ik vraag of iemand anders 112 wil bellen en ga door mijn knieën naar de grond. Ik begin meteen met reanimeren. 30 keer. Een huivering gaat door me heen. Ik moet nu beademen. Een omstander hoor ik zeggen: ”Hier een zakdoekje, maak zijn mond schoon” Ik hoor het wel maar mijn knop gaat meteen om……Doorgaan tot de hulpdiensten er zijn. Ik pomp en beadem…. En weet zeker dat hij al dood is. Hij is koud en oud. Onderwijl ik bezig ben, hoor ik in mijn gedachten mijn BHV-trainer zeggen dat het in vele gevallen geen zin heeft. Zij heeft in 15 jaar ervaring op de ambulance maar 2 keer meegemaakt dat iemand bleef leven na reanimatie. Ik weet instinctief dat hij dood is…… Een onverklaarbare diepe Shalom valt op me neer. Mijn gedachten sterven weg en mijn innerlijke drive om door te gaan, krijgt nieuw leven. Ik voel ribben breken onder mijn handen en na een tijdje gebeurd het ondenkbare: Zijn ribbenkast gaat op en neer en hij begint te ademen. De blauwe kleur trekt langzaam weg en hij krijgt zijn normale kleur terug. Ik hoor mezelf “Hallelujah” roepen…. Dan stopt zijn ademhaling weer. Zijn hartslag zakt weg. Ik begin opnieuw met reanimeren en beademen. Dan hoor ik het verlossende geluid van de sirenes. We worden omsingeld door politie. Een politieman vraagt of hij het over zal nemen en ik knik. Na 1 sessie is de ambulance ter plaatse en ik doe verslag aan een broeder. Dan gaat het snel. Ze nemen het over en ik kijk toe alsof ik naar een tv serie zit te kijken. De hele mikmak wordt uitgevoerd. De AED doet zijn werk, hij wordt in zijn scheenbeen geboord. Een overweldigend schuldgevoel bekruipt me…. En ik zeg tegen de politieman die ook kort reanimeerde: “Ik heb zijn ribben gebroken” Hij knikt en beaamt dat hij het gevoeld heeft. Vervolgens stelt hij me gerust. We zien en horen dat de hartslag van deze man terug is. Hij wordt inmiddels beademd en ligt aan een infuus. Ze brengen hem de ambulance in. Hierna stapt de ambulance broeder nog weer uit en zegt  “Bedankt, voor je ingrijpen!” Ik voel me vooral klein en nietig… Als zij niet waren gekomen had hij niet meer geleefd. Dan zie ik ineens een krijtbord op de stoep staan. Met de woorden:”When nothing is going right in your life, go left” met een pijl naar de kerk toe. Deze man lag links van het bord op de grond….



De momenten erna zijn vreemd te noemen.  Mijn dochters en de meiden van die andere vrouw, staan nog bij de bushalte. Ik wenk ze en doe hen verslag. Dan worden we uitgenodigd door de koster om een kop koffie te komen drinken. Ik voel me vies. Mijn knieën zijn groen van de tegels. Ik voel en zie alles in sneltreinvaart langs komen. Ga mijn mond spoelen en gezicht wassen. Het liefst zou ik onder de douche gaan en begin spontaan te kokhalzen. “Wat is me overkomen?” Eenmaal terug in de kerk, nemen we de tijd. We praten alles na. Drinken koffie en wisselen adressen uit. Omstanders hadden deze man niet herkend maar nadat hij weer kleur kreeg, zagen ze wie het was. Een lid van hen gemeente. 75 jaar oud. Hij had mijn vader kunnen zijn. Die is slechts 4 jaar jonger.  
Mijn dochters en ik lopen de kerk uit richting het centrum. Wat doe je na zo’n gebeurtenis? Naar huis gaan heeft ook geen zin. Een grote film draait steeds langs maar ik moet mijn gedachten resetten. We blijven in de stad en gaan de winkels in. Om 14.00 uur word ik gebeld in de H&M. De koster doet verslag dat meneer nog steeds leeft. Ze houden hem in slaap maar de artsen zijn tevreden tot zover. Ik bel mijn man. Schrijf het van me af op Facebook. Reacties stromen binnen. Over een heldendaad en dat soort dingen. Pijn overvalt me… Dit is niet wie ik ben. Zo voel ik me niet. Ik hoef die complimenten absoluut niet. Ik voel me klein. Ik kan dan wel reanimeren maar ik beslis niet over leven en dood. Voel me zelfs schuldig om zijn ribben.

Die nacht word ik overspoeld met  gedachten. Niet over deze man maar aan al die mensen die het NIET gered hebben. Een reanimatie op mijn werk.  Andere overleden mensen die in mijn optiek te jong waren om te sterven. Een schuldgevoel overheerst. Ik hoor dierbaren praten over overleden familieleden of vrienden en voel me alleen maar heel verdrietig. Ik wist zeker dat deze man ook dood was….Hij was oud. Waarom leeft hij dan wel? Als ik weer in slaap ben, schrik ik wakker van een geluid naast me. Mijn eigen man maakt een snurk geluid, dat refereert aan wat erbij de reanimatie gebeurde. Ik sta stijfuit van de adrenaline. Een gedachte overspoeld me: “Hij gaat dood, hij gaat dood, ik moet hem reanimeren” Om vervolgens tot het besef te komen dat dit niet het geval is.
De dagen erna komen de herinneringen terug. Andere processen komen langs. Het afleggen van mijn eigen oma die gestorven is. De beleving die ik daarbij gehad heb. De afschuw van anderen maar de intensiteit van Shalom. Het was niet te delen. Ik heb me er erg eenzaam in gevoeld. Het onbegrip van de wereld, nu om me heen. Over een heldendaad….. Ik voelde me schuldig dat het wel gelukt was, terwijl er tegelijkertijd zoveel anderen waren die gestorven zijn. De wereld raast aan me voorbij. Ik moet werken. Afscheid nemen van mijn huidige werk. Er is zoveel gedonder daar. De problemen van de dag verdwijnen naar de achtergrond en ik leef op de automatische piloot.

Ondertussen houdt de koster me op de hoogte en app en bel ik af en toe met Anita. Ook zij is finaal van slag door alles. Vrijdag is meneer wel wakker maar herkent niemand. Zaterdag blijkt hij zijn geheugen terug te hebben en spreekt zijn dankbaarheid uit dat hij nog leeft. Vandaag kreeg ik een appje van de koster of ik mijn mailadres wil geven. De familie wil me graag op de hoogte houden. Zonder dat ik er zelf om gevraagd heb. Het doet me goed want het draagt tevens bij aan mijn eigen verwerking. Meneer heeft ineens een naam. Roel. Hij heeft vandaag een eindje gelopen. Zijn geheugen is weer helemaal terug. Naar verwachting krijgt hij nog wel een pacemaker maar hij komt er weer bovenop.

Eindelijk na 5 dagen word ik overspoeld. Ik huil liters tranen. God laat me zien waar Hij was in het geheel. Hij laat me al die momenten zien van overleden mensen in mijn eigen leven. De intensiteit van stervensbegeleiding bij een oud-cliënt. Henny van 79 die mijn hand steeds pakte, als ze even weer bij kennis was. Het zingen van liedjes voor haar.   De uren die ik met mijn oma heb doorgebracht. De stille gebeden en later gesprekken over het geloof, terwijl ze er niets van wilde weten. Vele laatste zullen de eersten zijn…. Het zorgdragen voor haar tijdens het afleggen.  Maar ook David, mijn buddy. Overleed binnen 3 maand aan kanker. Hij kwam vernieuwd tot geloof. David die me aanspoorde om mijn dromen na te volgen in de gehandicaptenzorg. De droom die het laatste jaar zo kapot was gemaakt bij mijn werkgever. De strijd en de noodzaak om zelf weg te moeten gaan in verband met mijn eigen gezondheid. De twijfels van mezelf of ik Gods plan voor mijn leven wel goed begrepen heb. “Voice of the voiceless” De leugens die verteld werden. De onderdrukking die er is. Het opkomen voor collega’s.  Het diepe leven en de diepe vreugde dat er altijd was, leek de laatste maanden weg te ebben. Ondanks de gebeden en ook zekerheden. De afgelopen dagen kwam leven en dood zo dichtbij elkaar. Maar dan ook in geestelijke zin. Ik moest mijn baan opzeggen, ik kon niet anders…… 

“Vanalles waar je over waakt, waak vooral over je hart, het is de bron van je leven” Spreuken 4:23

500 jaar reformatie. Luther deed een machtig werk. Ik ben zelf een nazaat van de stichters van het Lutherse kerkje in Wildervank. Een tegenbericht van het arbeidersvolk die in onderdrukking leefden als veenarbeiders. Ze deden ook hun mond open tegen hun overheersende veenbaas. Ze stichtten een kerk voor het monddode arbeidersvolk ten opzichte van de Nederlands hervormde en de gereformeerde kerk. (Een nieuw soort van mini reformatie na nog geen 200 jaar na Luther voor het arbeidersvolk in omgeving Veendam)  
2017 Ik zie mezelf ineens staan op mijn werk, in een onredelijk gesprek van valse beschuldiging door mijn baas. Ik had zijn wet niet nageleefd: “Als je wilt dat ik voor je op de knieën ga, dan heb je het mis” zijn mijn woorden. Morgen…..Morgen op 1 november begin ik te werken in een evangelisch christelijke zorginstelling. Een zorgboerderij. Waar het ooit mee begon. Mijn eerste droom waartoe mijn overleden buddy David me ooit had aangespoord. Met verstandelijk beperkten, ex-daklozen, langdurig zieken, verslaafden etc… Een plek waar ik tijdens de sollicitatie een getuigenis over mijn geloof moest vertellen. En dat deed ik. Recht uit het hart. Mijn beweegredenen om met deze doelgroep te willen werken. God transformeerde mijn hart. Het hart dat steeds meer en meer dood ging de afgelopen tijd.

Jezus zei tegen haar: "Ik ben de Opstanding en het leven. 
Wie in mij gelooft, zal leven, ookal was hij gestorven"  Joh.11:25

Zo ook Roel, die niet meer ademde voor de Jeruzalemkerk maar die de levende God redde. Ik mocht een schakeltje zijn. Wat een voorrecht. Hij leeft!