dinsdag 31 oktober 2017

Een kwestie van leven of dood

We gaan een dagje naar de stad. Mijn dochters en ik. Het is herfstvakantie en gezien de planning kunnen we het beste op donderdag gaan. We zien ernaar uit. Eenmaal aan komend rijdend, zie ik een vrouw met 2 dochters staan bij de bushalte. Wij parkeren en lopen er naar toe. Ik probeer een kaartje te kopen bij de automaat maar het lukt niet. Hierdoor kom ik met de vrouw aan de praat die er al even stond. Uiteindelijk krijgen we het voor elkaar en stappen de bus in. Normaal rijdt de bus altijd in een keer door naar de Grote Markt, dus ik zit in alle rust te wachten tot we daar zijn. Tot ik de vrouw naar voren zie lopen naar de buschauffeur. Ze vraagt hem iets en ik hoor een paar woorden. Als ze terug loopt, schiet ik haar aan en vraag: ”moeten we er nu eerder uit?” Ze geeft aan dat deze bus een andere route heeft. De dienstregeling is veranderd. Met onze dochters, stappen we samen uit. En zo staan we ineens te wachten bij de halte om de hoek. Pal voor ons is de Jeruzalemkerk. Ik ben er nog nooit geweest maar door de naam, ben ik al jaren getriggerd. Wat is dit voor kerk? Ik waan me even terug in de tijd, maart afgelopen jaar. Ik was zelf in Jeruzalem. Wat een tijd. 

Dan loopt er iemand de deur uit bij de kerk. We horen dat ze zegt: “Er ligt hier iemand” Er komen wat oudere dames uit de kerk en kijken. Ze gaan ook weer naar binnen. Ik grap tegen de meiden:  “Welkom in de stad. Er ligt vast een dronken student” De vrouw met wie ik bij de P+R en in de bus contact had, loopt de straat over. Ik zeg nog tegen de meiden “Even uit BHV oogpunt: Hij ligt veilig en er zijn genoeg mensen. Ik blijf hier” Dan zie ik de vrouw, die later Anita blijkt te heten verschrikt omhoog kijken. Doordat ik haar gezicht zie, kan ik niet anders dan erheen lopen. Meteen vraag ik aan haar en de omstanders: “Kan ik iets voor jullie betekenen? Ik ben BHV-er” Tegelijkertijd pak ik mijn telefoon en wil 112 bellen. Het lukt me niet…. Alle mensen om me heen staan ook genageld aan de grond. Voor ons ligt een keurig nette man op de tegels. Levenloos. Hij ligt er raar bij. Zijn gezicht is helemaal blauw. Ik vraag of iemand anders 112 wil bellen en ga door mijn knieën naar de grond. Ik begin meteen met reanimeren. 30 keer. Een huivering gaat door me heen. Ik moet nu beademen. Een omstander hoor ik zeggen: ”Hier een zakdoekje, maak zijn mond schoon” Ik hoor het wel maar mijn knop gaat meteen om……Doorgaan tot de hulpdiensten er zijn. Ik pomp en beadem…. En weet zeker dat hij al dood is. Hij is koud en oud. Onderwijl ik bezig ben, hoor ik in mijn gedachten mijn BHV-trainer zeggen dat het in vele gevallen geen zin heeft. Zij heeft in 15 jaar ervaring op de ambulance maar 2 keer meegemaakt dat iemand bleef leven na reanimatie. Ik weet instinctief dat hij dood is…… Een onverklaarbare diepe Shalom valt op me neer. Mijn gedachten sterven weg en mijn innerlijke drive om door te gaan, krijgt nieuw leven. Ik voel ribben breken onder mijn handen en na een tijdje gebeurd het ondenkbare: Zijn ribbenkast gaat op en neer en hij begint te ademen. De blauwe kleur trekt langzaam weg en hij krijgt zijn normale kleur terug. Ik hoor mezelf “Hallelujah” roepen…. Dan stopt zijn ademhaling weer. Zijn hartslag zakt weg. Ik begin opnieuw met reanimeren en beademen. Dan hoor ik het verlossende geluid van de sirenes. We worden omsingeld door politie. Een politieman vraagt of hij het over zal nemen en ik knik. Na 1 sessie is de ambulance ter plaatse en ik doe verslag aan een broeder. Dan gaat het snel. Ze nemen het over en ik kijk toe alsof ik naar een tv serie zit te kijken. De hele mikmak wordt uitgevoerd. De AED doet zijn werk, hij wordt in zijn scheenbeen geboord. Een overweldigend schuldgevoel bekruipt me…. En ik zeg tegen de politieman die ook kort reanimeerde: “Ik heb zijn ribben gebroken” Hij knikt en beaamt dat hij het gevoeld heeft. Vervolgens stelt hij me gerust. We zien en horen dat de hartslag van deze man terug is. Hij wordt inmiddels beademd en ligt aan een infuus. Ze brengen hem de ambulance in. Hierna stapt de ambulance broeder nog weer uit en zegt  “Bedankt, voor je ingrijpen!” Ik voel me vooral klein en nietig… Als zij niet waren gekomen had hij niet meer geleefd. Dan zie ik ineens een krijtbord op de stoep staan. Met de woorden:”When nothing is going right in your life, go left” met een pijl naar de kerk toe. Deze man lag links van het bord op de grond….



De momenten erna zijn vreemd te noemen.  Mijn dochters en de meiden van die andere vrouw, staan nog bij de bushalte. Ik wenk ze en doe hen verslag. Dan worden we uitgenodigd door de koster om een kop koffie te komen drinken. Ik voel me vies. Mijn knieën zijn groen van de tegels. Ik voel en zie alles in sneltreinvaart langs komen. Ga mijn mond spoelen en gezicht wassen. Het liefst zou ik onder de douche gaan en begin spontaan te kokhalzen. “Wat is me overkomen?” Eenmaal terug in de kerk, nemen we de tijd. We praten alles na. Drinken koffie en wisselen adressen uit. Omstanders hadden deze man niet herkend maar nadat hij weer kleur kreeg, zagen ze wie het was. Een lid van hen gemeente. 75 jaar oud. Hij had mijn vader kunnen zijn. Die is slechts 4 jaar jonger.  
Mijn dochters en ik lopen de kerk uit richting het centrum. Wat doe je na zo’n gebeurtenis? Naar huis gaan heeft ook geen zin. Een grote film draait steeds langs maar ik moet mijn gedachten resetten. We blijven in de stad en gaan de winkels in. Om 14.00 uur word ik gebeld in de H&M. De koster doet verslag dat meneer nog steeds leeft. Ze houden hem in slaap maar de artsen zijn tevreden tot zover. Ik bel mijn man. Schrijf het van me af op Facebook. Reacties stromen binnen. Over een heldendaad en dat soort dingen. Pijn overvalt me… Dit is niet wie ik ben. Zo voel ik me niet. Ik hoef die complimenten absoluut niet. Ik voel me klein. Ik kan dan wel reanimeren maar ik beslis niet over leven en dood. Voel me zelfs schuldig om zijn ribben.

Die nacht word ik overspoeld met  gedachten. Niet over deze man maar aan al die mensen die het NIET gered hebben. Een reanimatie op mijn werk.  Andere overleden mensen die in mijn optiek te jong waren om te sterven. Een schuldgevoel overheerst. Ik hoor dierbaren praten over overleden familieleden of vrienden en voel me alleen maar heel verdrietig. Ik wist zeker dat deze man ook dood was….Hij was oud. Waarom leeft hij dan wel? Als ik weer in slaap ben, schrik ik wakker van een geluid naast me. Mijn eigen man maakt een snurk geluid, dat refereert aan wat erbij de reanimatie gebeurde. Ik sta stijfuit van de adrenaline. Een gedachte overspoeld me: “Hij gaat dood, hij gaat dood, ik moet hem reanimeren” Om vervolgens tot het besef te komen dat dit niet het geval is.
De dagen erna komen de herinneringen terug. Andere processen komen langs. Het afleggen van mijn eigen oma die gestorven is. De beleving die ik daarbij gehad heb. De afschuw van anderen maar de intensiteit van Shalom. Het was niet te delen. Ik heb me er erg eenzaam in gevoeld. Het onbegrip van de wereld, nu om me heen. Over een heldendaad….. Ik voelde me schuldig dat het wel gelukt was, terwijl er tegelijkertijd zoveel anderen waren die gestorven zijn. De wereld raast aan me voorbij. Ik moet werken. Afscheid nemen van mijn huidige werk. Er is zoveel gedonder daar. De problemen van de dag verdwijnen naar de achtergrond en ik leef op de automatische piloot.

Ondertussen houdt de koster me op de hoogte en app en bel ik af en toe met Anita. Ook zij is finaal van slag door alles. Vrijdag is meneer wel wakker maar herkent niemand. Zaterdag blijkt hij zijn geheugen terug te hebben en spreekt zijn dankbaarheid uit dat hij nog leeft. Vandaag kreeg ik een appje van de koster of ik mijn mailadres wil geven. De familie wil me graag op de hoogte houden. Zonder dat ik er zelf om gevraagd heb. Het doet me goed want het draagt tevens bij aan mijn eigen verwerking. Meneer heeft ineens een naam. Roel. Hij heeft vandaag een eindje gelopen. Zijn geheugen is weer helemaal terug. Naar verwachting krijgt hij nog wel een pacemaker maar hij komt er weer bovenop.

Eindelijk na 5 dagen word ik overspoeld. Ik huil liters tranen. God laat me zien waar Hij was in het geheel. Hij laat me al die momenten zien van overleden mensen in mijn eigen leven. De intensiteit van stervensbegeleiding bij een oud-cliënt. Henny van 79 die mijn hand steeds pakte, als ze even weer bij kennis was. Het zingen van liedjes voor haar.   De uren die ik met mijn oma heb doorgebracht. De stille gebeden en later gesprekken over het geloof, terwijl ze er niets van wilde weten. Vele laatste zullen de eersten zijn…. Het zorgdragen voor haar tijdens het afleggen.  Maar ook David, mijn buddy. Overleed binnen 3 maand aan kanker. Hij kwam vernieuwd tot geloof. David die me aanspoorde om mijn dromen na te volgen in de gehandicaptenzorg. De droom die het laatste jaar zo kapot was gemaakt bij mijn werkgever. De strijd en de noodzaak om zelf weg te moeten gaan in verband met mijn eigen gezondheid. De twijfels van mezelf of ik Gods plan voor mijn leven wel goed begrepen heb. “Voice of the voiceless” De leugens die verteld werden. De onderdrukking die er is. Het opkomen voor collega’s.  Het diepe leven en de diepe vreugde dat er altijd was, leek de laatste maanden weg te ebben. Ondanks de gebeden en ook zekerheden. De afgelopen dagen kwam leven en dood zo dichtbij elkaar. Maar dan ook in geestelijke zin. Ik moest mijn baan opzeggen, ik kon niet anders…… 

“Vanalles waar je over waakt, waak vooral over je hart, het is de bron van je leven” Spreuken 4:23

500 jaar reformatie. Luther deed een machtig werk. Ik ben zelf een nazaat van de stichters van het Lutherse kerkje in Wildervank. Een tegenbericht van het arbeidersvolk die in onderdrukking leefden als veenarbeiders. Ze deden ook hun mond open tegen hun overheersende veenbaas. Ze stichtten een kerk voor het monddode arbeidersvolk ten opzichte van de Nederlands hervormde en de gereformeerde kerk. (Een nieuw soort van mini reformatie na nog geen 200 jaar na Luther voor het arbeidersvolk in omgeving Veendam)  
2017 Ik zie mezelf ineens staan op mijn werk, in een onredelijk gesprek van valse beschuldiging door mijn baas. Ik had zijn wet niet nageleefd: “Als je wilt dat ik voor je op de knieën ga, dan heb je het mis” zijn mijn woorden. Morgen…..Morgen op 1 november begin ik te werken in een evangelisch christelijke zorginstelling. Een zorgboerderij. Waar het ooit mee begon. Mijn eerste droom waartoe mijn overleden buddy David me ooit had aangespoord. Met verstandelijk beperkten, ex-daklozen, langdurig zieken, verslaafden etc… Een plek waar ik tijdens de sollicitatie een getuigenis over mijn geloof moest vertellen. En dat deed ik. Recht uit het hart. Mijn beweegredenen om met deze doelgroep te willen werken. God transformeerde mijn hart. Het hart dat steeds meer en meer dood ging de afgelopen tijd.

Jezus zei tegen haar: "Ik ben de Opstanding en het leven. 
Wie in mij gelooft, zal leven, ookal was hij gestorven"  Joh.11:25

Zo ook Roel, die niet meer ademde voor de Jeruzalemkerk maar die de levende God redde. Ik mocht een schakeltje zijn. Wat een voorrecht. Hij leeft!




Geen opmerkingen:

Een reactie posten